In de salon, op straat, of gewoon in het park – ik hoor het vaker dan me lief is: blanke moeders van donkere of gemengde adoptiekinderen die zich bekeken voelen, of zelfs aangesproken worden, door donkere vrouwen.
“Ze zei zomaar iets over de huid van mijn kind…”,
“Ze vroeg waarom ik het haar zo had gedaan…”
“Ze bedoelde het misschien goed, maar het voelde als kritiek.”
En ik begrijp het. Echt.
Want ik ben zo een vrouw geweest.
Als ik een blank gezin met een donker kind zag, keek ik onbewust altijd even naar het haar of de huid. Was het droog? Onverzorgd? Dan voelde ik een soort innerlijke verplichting om iets te zeggen. Uit zorg, ja – maar ongevraagd. En hoewel ik altijd vriendelijk bleef, drong ik me tóch op. Inmiddels weet ik beter.
Als een blanke vrouw op mij zou afstappen met ongevraagd advies over de lichte huid van mijn kinderen, of zou opmerken dat ik iets niet goed doe, zou ik me daar ook niet prettig bij voelen. Ik zou me aangevallen voelen, bekritiseerd. Misschien zelfs alsof ik faal als moeder. En dat is precies wat ik zonder het te beseffen bij die moeders deed.
Waarom we het doen – een historische en culturele context
Wat veel mensen niet weten, is dat dit gedrag – dat ongevraagde advies, die bemoeienis met het welzijn van een ander kind – diep geworteld zit in onze cultuur. Het is geen willekeurige bemoeienis, maar een overblijfsel van hoe onze gemeenschappen ooit functioneerden, vóór kolonialisme en slavernij.
In traditionele Afrikaanse samenlevingen gold: “It takes a village to raise a child.” Kinderen waren geen privébezit van ouders; ze hoorden bij de hele gemeenschap. De verantwoordelijkheid voor opvoeding, verzorging en bescherming lag bij iedereen: tantes, buren, oma’s, vaders, oudere kinderen. Dit principe leeft in veel Caribische en Afrikaanse diaspora-gemeenschappen nog steeds voort.
Ik herinner me nog goed: als ik me als kind misdroeg op straat, hoefde mijn moeder het niet eens te zien. De buurvrouw keek me streng aan en ik wist al genoeg. Dat collectieve gevoel van verantwoordelijkheid zit diep in ons geworteld.
Tijdens de slavernij werden Afrikaanse families ruw uit elkaar gerukt. Ouders werden gescheiden van hun kinderen, kinderen groeiden op zonder hun biologische ouders. Maar vrouwen, vooral op de plantages, namen zonder aarzeling de zorg op zich voor deze kinderen alsof het hun eigen bloed was. Ze voedden ze, verzorgden ze, kamden hun haar, smeerden hun huid in. Het welzijn van die kinderen werd hun prioriteit. Want niemand anders zou het doen.
Dat zorginstinct is genetisch, cultureel, emotioneel doorgegeven. Dus als een donkere vrouw vandaag een donker kind ziet met een schrale huid of verward haar, wordt ze onbewust getriggerd. Ze voelt zich verantwoordelijk. Niet omdat ze zich superieur voelt, maar omdat ze zorg wil dragen. Alleen is de wereld veranderd. Die gedeelde verantwoordelijkheid is geen norm meer in elke cultuur, en wat ooit vanzelfsprekend was, kan nu aanvoelen als een grensoverschrijding.
Adoptie: verschillende belevingen, andere uitgangspunten
In Europese en westerse contexten betekent adoptie: het juridisch en emotioneel overnemen van de ouderrol. Er wordt een nieuwe familieband gecreëerd, terwijl de oorspronkelijke wordt doorgesneden. Ouders krijgen wettelijk gezag en de verantwoordelijkheid ligt volledig bij hen.
In donkere culturen – denk aan Suriname, Haïti, de VS of het Caribisch gebied – is dat anders. Daar zie je veel vaker informele adoptie, zonder papierwerk. Een tante, buurvrouw of oma neemt tijdelijk de zorg op zich voor een kind van wie de ouders er even niet kunnen zijn. Dat kind heet in Suriname een kweekkind. En zodra het weer kan, gaat het terug naar huis. Geen rechtszaken, geen officiële naamsveranderingen – maar wel: liefde, zorg en verantwoordelijkheid.
Deze praktijk is vaak geboren uit solidariteit, armoede, migratie of nood. Het is sociaal ingebed. Daarom is het ook niet gepast om later aan zo’n kind te vragen: “Waarom was jij een kweekje?”
Dat is alsof je vraagt: “Wat was er mis met je ouders?”
Zo’n vraag mist culturele nuance en kan pijnlijk zijn. Terwijl het juist een daad van liefde en gemeenschap was.
Wat we van elkaar kunnen leren
Ik heb door de jaren heen geleerd dat veel blanke adoptieouders écht hun best doen. Ze zoeken kennis, volgen workshops over afro-haarverzorging, kopen de juiste producten, kijken YouTube-video’s. Maar soms voelen ze zich toch bekeken of zelfs bekritiseerd – vooral als een donkere vrouw ineens iets zegt over hoe hun kind eruitziet. Het roept onzekerheid op: “Doe ik het wel goed?”
En ik zeg: je mág trots zijn op je inzet. Maar weet ook: als iemand iets zegt, is het meestal vanuit zorg, niet afkeuring.
En tegen mijn donkere zussen zeg ik: ik snap waar het vandaan komt. Het zit in ons. Maar laten we ook ons bewust zijn van hoe het binnenkomt bij moeders die al hun best doen en juist openstaan voor verbinding – als we het gesprek op een andere toon voeren, kunnen we meer bereiken.
Tot slot
We hoeven elkaar niet te beoordelen. Wat we wél nodig hebben, is erkenning van elkaars achtergrond, context en intenties. Want dat is waar echte verbinding ontstaat: in het begrijpen van waar de ander vandaan komt. Letterlijk én figuurlijk.